Boele Staal (D66) geeft duidelijk coalitieadvies

Conclusie en advies

De combinatie CDA   RVB   PvdA/GL  CU/SGP is thans de meest kansrijke optie om een collegevorming succesvol af te sluiten. De wens van het CDA om twee wethouders te leveren (rapport verkenner) kan een goede afloop van die besprekingen in de weg staan.  

Mijn dringend advies is de besprekingen te laten plaatsvinden onder voorzitterschap van een buitenstaander die ook de kwaliteit heeft te bemiddelen.

25 april 2014, mr. B. Staal

 

Onderstaand het volledige advies.

Aan de Raad van de gemeente De Ronde Venen
Bevindingen B. Staal inzake coalitievorming

Inleiding

Onderstaand heb ik mijn bevindingen vastgelegd als informateur.

Voor deze taak werd ik gevraagd door de fracties van D66 en VVD van uw Raad, nadat de besprekingen tussen CDA, RVB en D66 over een mogelijke coalitie, door laatstgenoemde partij, werden afgebroken. Ik heb het verzoek aanvaard onder de voorwaarde dat ik met alle partijen zou spreken. Aan een uitnodiging voor een gesprek hebben alle partijen gehoor gegeven.

Aan alle gesprekspartners heb ik gemeld een onafhankelijke inventarisatie te willen maken van wat men vindt van de ontstane situatie en langs welke weg er gekomen kan worden tot een college dat kan vertrouwen op een meerderheid van de Raad. Ik stel het op prijs dat alle gesprekspartners zich open hebben opgesteld en uitgelaten en spreek mijn dank uit voor het daaruit gebleken vertrouwen. Voor de goede orde wijs ik er op dat mijn bevindingen een  “optelsom”  zijn van wat uw vertegenwoordigers hebben aangereikt.

Afgebroken besprekingen tussen CDA, RVB en D66

Het wekt geen verwondering dat over de gang van zaken verschillende lezingen bestaan die elkaar tegenspreken. Zo gaat dat nu eenmaal, het dient in het kader van dit rapport geen doel daarop in te gaan. Mijn conclusie is wel dat bespreekpunten die eigenlijk het karakter hadden van een voorwaarde niet bij aanvang al ter hand zijn genomen, hetgeen direct tot duidelijkheid had geleid. Duidelijk is dat die omissie ten grondslag ligt aan de breuk. Nu resteert het gevoel dat onnodige energie is gestoken in een proces dat na het afbreken een vertrouwensbreuk achterlaat. Mijn conclusie is dat door het ontstane gebrek aan vertrouwen ( over en weerheropening van de besprekingen vooralsnog geen optie is. Hoewel een bekend adagium in de politiek is  “zeg nooit nooit , staat voor dit moment vast dat, zolang er andere opties zijn, herstel van de besprekingen niet aan de orde is.

Dit te meer nu ook  wordt gezegd, van beide kanten, dat men nu wil zoeken naar andere combinaties van partijen.
Of andere mogelijke combinaties “opdrogen” zal dan ook eerst moeten blijken.

Mijn conclusie is wel dat het aanbeveling had verdiend de nu afgebroken besprekingen te hebben laten regisseren door een onafhankelijk voorzitter van buiten.

Tot slot wat dit deel betreft, adviseer ik dat de betrokken partijen op enig moment de ontstane situatie gezamenlijk evalueren om enigszins te voorkomen dat het  “zeer” de komende raadsperiode beslag legt op persoonlijke verhoudingen. Dat immers raakt het functioneren van de Raad in zijn geheel.

Ook zo’n evaluatie is gebaat bij een begeleiding door een  “vierde”.

 Programmatische voorwaarden voor samenwerking

In het verlengde van het rapport van de verkenner is ook mijn conclusie dat er programmatisch geen belemmeringen zijn voor het vormen van een coalitie van diverse samenstellingen. Het draait in hoge mate om de wil tot samenwerking en zoals altijd om de  “poppetjes “, hoeveel en wie.

Wel zij opgemerkt dat de partij L8K niet door elke andere partij wordt gezien als een partij met een duidelijk programma, als ook niet als een partij die voldoende in staat zou zijn kwaliteit van bestuur te leveren.

Voorts is door mij vastgesteld dat CU/SGP vasthoudt aan de reeds in de verkiezingen als breekpunt gemarkeerde opvatting over de koopzondag. Een te respecteren standpunt dat , zo is mij gebleken, ook inhoudt dat het onderwerp niet benoemd kan worden als vrije kwestie.

Mogelijke varianten

In de gesprekken zijn de volgende, naar redelijkheid indenkbare, varianten naar voren gebracht. Vanzelfsprekend per gesprek verschillend, vandaar de door mij vermelde conclusie bij de eerste drie.

 

D66    VVD    PvdA/GL    CU/SGP  
Valt af i.v.m. verkiezingsbelofte CU/SGP inzake zondag

 

CDA    VVD    D66  al dan niet met RVB 
Valt thans af i.v.m.  beschadigd vertrouwen

 

D66    VVD    PvdA/GL     L8K
Wordt uitgesloten zolang er andere mogelijkheden open staan.

 

CDA    RVB    PvdA/GL     CU/SGP

 

Wethouders

Als uitgangspunt is over het algemeen genoemd maximaal vier wethouders. Belangrijk onderwerp van gesprek is geweest de nadrukkelijke wens / inzet van het CDA om aan een coalitie te willen deelnemen met twee wethouders. Dit staat haaks op de opvatting van enkele andere partijen dat de verhoudingen in het college recht moeten doen aan evenwaardige wethouders qua zwaarte van de portefeuille en dat de zetelverdeling immers tot z’n recht komt bij besluitvorming in de Raad. Men vindt voorts dat 1 wethouder per partij ook een belangrijke bijdrage vormt aan verbondenheid in een college. Voorts bestaat er grote terughoudendheid voor parttime wethouders, gelet op de aard van de functie en daaraan verbonden volledige beschikbaarheid.

Ook het karakter van de komende bestuursperiode met een zwaar dossier in het sociaal domein, waar meerdere wethouders bij betrokken zullen zijn, is voor deze zienswijze een extra argument.

Het mag duidelijk zijn dat voor elke te vormen coalitie dit een belangrijk, zo mogelijk als eerste, te bespreken punt moet zijn.

Conclusie en advies

De combinatie CDA   RVB   PvdA/GL   CU/SGP is thans de meest kansrijke optie om een collegevorming succesvol af te sluiten.
De wens van het CDA om twee wethouders te leveren ( rapport verkenner ) kan een goede afloop van die besprekingen in de weg staan

Mijn dringend advies is de besprekingen te laten plaatsvinden onder voorzitterschap van een buitenstaander die ook de kwaliteit heeft te bemiddelen.

25 april 2014, mr. B. Staal